Alex Mol



In Teylers Myseum in Haarlem moet je langs de Leidsche Flessen en de fossielen voor je bij de schilderijen komt. Dat bleek deze dag een vingerwijzing. Ik kwam voor de potloodtekeningen van Marcel van Eeden, die het recente verleden fossiliseert.
Hij tekent, zegt hij, zijn hiervoormaals, de tijd van voor zijn geboorte (1965). Nota bene het jaar dat ik bij mezelf aanhoud als dat van de waterscheiding tussen de oude en de nieuwe tijd.
Alles in zwart-wit. Eerst lijken het oude ansichten, in vergeten winkeltjes gevonden, dan dringt het foto-archief van de Spaarnestad zich op, kappersbladen als Wereldkroniek en het werk van Willem van Genk.
Ook van Eeden kiest en componeert. Hij weet van de wanhoop die spreekt uit oude foto's, afgedrukt op vergeeld papier. Hoe werkt dat? Eigenlijk wilden de makers, de vergeten, naamloze fotografen natuurlijk juist de hoop vastleggen. Je ziet dus het eindpunt van een buslijn in een buitenwijk of een winkelgalerij, als symbolen van een gloednieuwe tijd, vervuld van licht, lucht en ruimte, staal en glas, van wederopbouw en vooruitgang. De mensen in deze decors zijn acteurs, want in die tijd acteerde iedereen op straat. Men lichtte de hoed, men droeg het zondagse pak. Winkelen was nog een woord dat rinkelde in de conversatie.
Zonnige plantsoenen zie je, pleinen met een enkele auto. Helder, lichtgrijs beton. Vertrekt daar niet een autobus voor een schoolreisje, uitgewuifd door keurige ouders, die van hun leven niet vermoeden dat ze door mij gezien worden?
Uit Teylers zijn ze al weer weg. Maar op www.marcelvaneeden.nl staan ze nog. En kijk nu goed, onder je ogen worden dit stuk voor stuk tragische taferelen, gezien vanuit een heden waarin het precies andersom toegaat, waarin niemand meer acteert, omdat ieder uit alle macht zichzelf uitleeft.
Marcel van Eeden laat je dwars door de tijd heen kijken. Wat eens nieuwbouw was, aan een hoopvol buseindpunt, verpaupert in een seconde. De drukbezochte, chique winkelgalerij in tafeltjes-met-schuine-pootjes stijl, waar mijn ouders rondgaan onder het schemerlicht van ovale plafonnières, vervalt waar ik bij sta, raakt onder de graffiti en is al gesloopt.

Alex Mol

Deze tekst verscheen in VPRO-gids nummer 6, 2001.

home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug