Op atelierbezoek bij Marcel van EedenWouter PrinsAl meer dan tien jaar maakt Marcel van Eeden wekelijks één of meerdere intieme zwart-wit tekeningen van alledaagse onderwerpen als straatgezichten, trappenhuizen, leeszalen en operatietafels gebaseerd op foto's, illustraties en advertenties uit oude tijdschriften en reisgidsen. Samen vormen zij een groot verslag van een persoonlijke herbeleving van de geschiedenis zoals nog nimmer is vertoond. Maar Van Eeden beschouwt zichzelf niet als een vernieuwer. "Ik voeg niets toe aan de actualiteit. Naar de maatstaven van de hedendaagse kunst, ben ik conservatief". Een vriend van mij is opgegroeid in Den Haag. Hoe precies, daar kom ik nooit goed achter, over zijn jeugd heeft hij het liever niet. Na enig aandringen wil hij zich toch wel iets laten ontvallen. Over het voetballen op het schoolplein, de vechtpartijen op de staantribune bij ADO en bovenal de zondagmiddagen die hij met zijn vader, die een slagerij had, in Scheveningen of bij Hoek van Holland doorbracht. Vader en zoon starend naar de zeeschepen, mijmerend over een andere wereld, nabij en toch onbereikbaar, een verlangen dat nooit zal worden ingelost. Het beeld van mijn vriend op een duintop met zijn rug naar de stad, school, straat en familie schoot mij te binnen na het bezoek aan Marcel van Eeden (1965). Dat hij evenzeer in Den Haag woont en werkt zal zeker hebben meegespeeld, hoe dan ook, het gevoel bekroop mij dat Van Eeden zijn tekeningen bij wijze van spreken gemaakt heeft op een duintop, zij het met een geheel andere droom voor ogen dan die van mijn vriend in diens eerste levensjaren. De onderwerpen die Van Eeden aandraagt zijn immers veel minder spectaculair dan de avonturen die een jongen in zijn fantasie op zee beleeft. In wezen zijn het hele gewone, vertrouwde voorstellingen. Een tram die de hoek omgaat, een winkelstraat met auto's en voetgangers, een café op een drukke zondagmiddag. Zelfs bij het zien van de brandweerman die uit de vlammenzee te voorschijn komt, blijven emoties van angst of opwinding achterwege. De gebeurtenissen zijn van hun lading ontdaan, de stilte lijkt te zijn ingetreden, zoals na uren staren naar de zee alle gedachten in elkaar overvloeien tot één geluidloos sfeerbeeld. Onverdroten werkt Marcel van Eeden in zijn atelier, een achterkamer, aan dit "ene beeld". Wekelijks worden er 's-avonds, tussen negen en drie, één of meerdere tekeningen aan toegevoegd, altijd van hetzelfde formaat (19 x 14 cm of 19 x 28 cm) en in zwart-wit. Het stramien is doorgezet tot in de keuze van de onderwerpen die bijna zonder uitzondering ontleend zijn aan ansichtkaarten, foto's, illustraties en advertenties uit tijdschriften en boeken van circa 1920 tot het begin van de jaren zestig. Naar eigen waarneming of fantasie werkt hij niet. "als ik uitsluitend op mijn fantasie zou afgaan, dan zou ik geen systeem kunnen handhaven. Ik vind de beperkingen die ik mijzelf opleg juist prettig. Het geeft mij een gevoel van vrijheid om te kunnen werken met vaste voorwaarden: een quantum foto's, één soort materiaal en een liggend en staand formaat. Binnen deze grenzen moet het gebeuren. Iedere tekening relateert aan de vorige, allen te samen vormen één werk, een soort encyclopedie zonder kop of staart, waar elke dag een deeltje aan wordt geregen. Bovendien vind ik wat ik zelf verzin eigenlijk niet zo interessant. Van de foto's weet ik, tot op zekere hoogte, dat zij waar zijn. Dit fascineert mij, ik voel er iets bij als het 'echt' gebeurd is. Daardoor kan ik een verbinding krijgen met het andere, een plaats waar ik nooit ben geweest, een tijd die ik nooit beleefd heb." Wie zich laaft aan vroeger, laadt de verdenking van nostalgie op zich. Van Eeden wordt echter niet gedreven door weemoed naar een tijd 'toen alles nog goed was'. Al ontkent hij niet dat hij zich aangetrokken voelt tot het verleden. "Misschien bedrijf ik een soort escapisme, ik heb het inderdaad niet zo op met het heden, maar begrijp natuurlijk ook wel dat het vroeger niet beter was. Eigenlijk gaat het daar helemaal niet om. Met foto's uit een recent verleden kan ik eenvoudigweg minder. Ik heb ruimte nodig, een onoverbrugbare afstand, zoals een tijd die ik niet heb meegemaakt, om in een voorstelling te kunnen rondlopen. Je bent immers uren, soms zelfs dagen bezig met zo'n tekening, je droomt ervan, je leeft erin, terwijl er uiteindelijk niets gebeurd, het is een volkomen stilstaand geheel." Oude tijdschriften en reisboeken lenen zich bij uitstek om voorstellingen aan te ontlenen waarin niets bijzonders schijnt plaats te vinden. Onder 'nieuws' verstond men destijds blijkbaar iets anders dan heden ten dagen waarin het vooral lijkt te gaan om de levenswandel van sterren, bizarre voorvallen, extreme levensomstandigheden, sex en geweld. Wat afwijkt van de norm staat tegenwoordig in de belangstelling, in bladen uit de jaren vijftig wordt uitvoerig aandacht geschonken aan het eenvoudige bestaan, aan het leven op straat, aan een nieuwe winkelpromenade waar het voor de jonge vrouw prettig toeven is. Reclames uit die tijd wekken al helemaal verbazing. Zij geven informatie over het product. En zij zijn vaak bijzonder fraai geillustreerd. Het zijn deze 'non-events', zoals zij in het huidige kunstjargon genoemd worden, die Van Eeden het meest interesseren. "Foto's met een grote nieuwswaarde uit boeken als Het Aanzien van 19..., bijvoorbeeld van de eertse atoombom of een ontmoeting tussen de presidenten van Rusland en Amerika, zijn onbruikbaar omdat het verhaal te bekend is. Voor portretten geldt min of meer hetzelfde, je loopt direct tegen het gezicht op. Ik zoek meer een sfeer dan een concreet beeld. Een lege straat of een detail uit een advertentie. Alles eigenlijk en dus niks. Ik zou ook grijze monochromen kunnen maken. Voor mij komt dat op hetzelfde neer. Allen is het niet zo inspirerend om dat te doen." Marcel van Eeden praktiseert een eigenzinnige variant binnen de geschiedvorsing. Hoe dieper hij in het verleden duikt, des te meer wijkt de historische lading en verdwijnt de context, plaats en tijd naar de achtergrond. Met eenvoudige middelen, vijf gradaties Negro-potloden van het merk Koh-I-Noor, past hij de voortstelling naar eigen believen aan. Sommige details worden genegeerd of veranderd, figuren gevangen in een enkele potloodstreep of in een ander geval scherp uitgetekend. Aan sommige tekeningen werkt hij een week, aan andere slechts tien minuten. Maar zelfs wanneer hij dicht bij het origineel blijft, heeft zijn werkwijze meer weg van een vorm van infiltreren dan van registreren. Het is Van Eeden regelmatig overkomen bij het weerzien in een of ander blad van een foto die hij voor een tekening gebruikt had, dat zijn eerste reactie was: "dat is een werk van mij". De tekening heeft het origineel vervangen, de tijdelijke weergave van het verleden is veranderd in een beeld van vroeger waarin alles nog open lijkt te staan. Alsof je een geschiedenisboek openslaat waarin geen enkel feit, jaartal of persoon vermeld staat. Historici plegen zich uit te putten om op grond van uitvoerig bronnenonderzoek een tijdvak zo getrouw mogelijk te reconstrueren, terwijl in de reconstructie van Van Eeden de feiten en de kennis juist zoveel mogelijk buiten boord worden gezet. En het werkt ook nog. Zijn intieme tekeningen danken hun aantrekkelijkheid niet alleen aan de vlotte stijl, maar ook aan de ruimte die zij de beschouwer bieden om het verleden te herbeleven, in volkomen vrijheid, niet gehinderd door enige voorkennis of interpretatie van anderen. Dat geeft aan het project, de encyclopedie van Van Eeden een aparte statuur. Zijn aanpak is vernieuwend. Maar zelf heeft hij het gevoel dat hij niets toevoegd aan de actualiteit. Binnen de beeldende kunst deelt hij zichzelf in aan de conservatieve kant, maar op termijn is volgens Van Eeden voor de traditionele richtingen, de teken-, schilder- en beeldhouwkunst slechts een marginale toekomst weggelegd. Gewaardeerd door een select gezelschap liefhebbers, maar ver verwijderd van de stormachtige ontwikkelingen die de maatschappij doormaakt. Zolang de tijdmachine echter niet is uitgevonden en niemand bij machte is om het verleden onbevangen te kunnen herbeleven, bewijzen zijn tekeningen dat een aloud metier competent is om iets te bereiken wat geen moderne wetenschap of techniek kan verwezenlijken. (Dit artikel verscheen eerder in Origine no.2 1998) home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug |