'Als een punt breekt, weet je dat het mis is'


Gerrit Jan de Rook



Dat Marcel van Eeden (Den Haag 1965) tekenaar zou worden was niet vanzelfsprekend. "Eigenlijk kon ik helemaal niet tekenen", zegt hij. Na zijn middelbare schoolopleiding volgden eerst drie andere studies (Nederlands, Sociale Academie en kunstgeschiedenis) die elk een jaarlang werden volgehouden."Toen ik al die dia's zag langskomen, tijdens het eerste studiejaar kunstgeschiedenis, dacht ik: dat doe ik liever zelf. Toen leerde ik ook mensen kennen die op de kunstacademie zaten." Omdat studeren met een studiebeurs maar een beperkte tijd mogelijk was, kwam Van Eeden in 1989 voor zijn kunstonderwijs op de avondopleiding terecht van de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. "Ik heb het idee dat ik al wist wat ik wilde voordat ik op de Academie kwam. Daardoor was ik vrij snel gericht bezig. Ik wist als dat ik iets met het verleden wilde doen, maar ik had er eerst geen vorm voor. Ik probeerde eerst naar oude foto's te schilderen, maar schilderen lag me niet zo." In 1993 studeerde hij af.

"In 1985 ben ik gaan zoeken om iets met het verleden te gaan doen. In 1986 zag ik in het Haags Gemeentemuseum een tentoonstelling van de Belgische Marthe Wéry. Ik was daardoor nogal geshockeerd. Ik vond het absurd om dat soort monochrome werken op te hangen. Toch heeft het me aan het zoeken gezet en ben ik zelf grijze monochromen gaan maken, series met een datum daarop. Uiteindelijk vond ik dat niks maar eigenlijk zijn de tekeningen die ik nu maak ook een soort monochromen." In het begin werkte Van Eeden zijn tekeningen ook wel uit in kleur maar nu maakt hij al jarenlang alleen gebruik van zwart en wit. "Dat komt ook doordat ik meestal 's nachts werk, tussen tien en drie,vier uur." Hij koestert zijn tekenmateriaal: een Koh-i-noor houder met een Negrostift, die hij aanvult met dunnere Negropotloden waarvan hij vier hardheden gebruikt. Het is een soort bergkrijt dat zwarter weergeeft dan grafiet en dat niet gauw vlekt. Om het hoogste wit in zijn tekeningen niet smoezelig te laten worden, fixeert Van Eeden zijn tekeningen toch. Om het papier optimaal schoon te houden begint hij zijn tekeningen altijd in de linker bovenhoek en eindigt rechts beneden. "Ik vul het vlak als een schilder, maar ik kan niet schilderen." Als hij een heel detaillistische foto natekent, bijvoorbeeld een interieur met veel personen, worden eerst de contouren met een hard potlood opgezet en daarna met met stift en zachtere potloden ingevuld. Maar andere keren kan een tekening geheel met stift worden vervaardigd. Om de punt scherp te houden houden worden puntenslijper en schuurpapier benut. "Als de punt niet goed is, kun je niet werken. Op sommige dagen heb je minder controle over je hand en gaat er eerder wat fout. Als een punt breekt, weet je dat het mis is, dan heb je niet de 'touch'."

Waarom Marcel van Eeden zo geobsedeerd is door oude foto's vindt hij moeilijk uit te leggen. "Het gaat mij erom dat al die foto's een tijd vertegenwoordigen die ik niet heb meegemaakt. Als je zo'n foto natekent ben je als het ware ín die foto, dan wandel je erin rond. Dat gebeurt dan in een tijd dat je niet bestaat, omdat je nog niet geboren bent en dat intrigeert me". De tijd van voor zijn geboorte heeft voor Marcel van Eeden bijna mythische proporties: "Voor mij is het de meest wezenlijke toestand. Het is een soort ideale toestand, een sublieme stilte. Het is een vreemd schemergebied: je kunt er niet heen en toch ook min of meer wel. Het heeft iets paradijselijks."
De foto's die tot uitgangspunt voor tekeningen dienen, geven vrijwel nooit dramatische momenten uit de wereldgeschiedenis weer. Het zijn hele normale momenten die door zijn tekeningen worden verhevigd. "Ik ben begonnen met oude foto's van Den Haag. Dat vond ik iets amateuristisch hebben maar ook iets eerlijks." Op een moment waren die foto's op. De beschikbaarheid ervan werd ook beperkt omdat Van Eeden in zijn beginperiode alleen staande formaten wilde gebruiken en de meeste stadsfoto's liggend zijn. Hij tekende alles op het formaat 19 x 14 cm omdat deze voortkwam uit de papiermaat die hij gebruikte. "Dan gooi je niks weg." De eerste vier á vijf jaar tekende hij één tekening per dag op het aquarelpapier van Fabriano. Dat vond hij later toch wat grof voor zijn kleine tekeningen en verving het door papier van Saunders Waterford. Met het verstrijken van de tijd zou hij ook overgaan op het liggende formaat. "Maar het duurde heel lang voor ik daartoe kwam." Enkele jaren later werd de maat van de tekeningen af en toe verdubbeld.
Een eenmaal begonnen tekening wordt door Van Eeden vrijwel altijd tot een goed einde gebracht. "Weggooien doe ik eigenlijk nooit. In de ruim zeven jaar dat ik nu teken, heb ik hooguit drie keer een tekening uit woede doorgescheurd. Daar was ik dan ook dagen ziek van omdat ik het als een soort persoonlijke nederlaag ervaar." In tegenstelling tot diverse andere tekenaars is Van Eeden gul met gummen. "De meeste tekeningen lukken uiteindelijk wel alhoewel sommige middelmatiger zijn dan andere." Van Eeden vindt wel dat er vooruitgang is in zijn tekenstijl. Het bekijken van oudere tekeningen vindt hij deprimerend. Toch zijn er verzamelaars die prijs stellen op het oudere werk.

Van Eeden realiseert zich dat zijn werkwijze bijzonder is:"Eigenlijk zit ik natuurlijk heel moeilijk te doen. Je bent een foto aan het natekenen maar je kunt hem natuurlijk ook reproduceren. Je kunt hem projecteren en overtrekken, maar ik zit heel moeilijk te doen door urenlang alles heel precies na te tekenen." Maar de keuze om niet voor 100 % natuurgetrouw te kopiëren, betekent niet dat Van Eeden de subjectiviteit vrij spel geeft. "Ik laat wel eens wat weg, maar voeg nooit iets toe, dat is immoreel." Een tekening met vijf witte cirkels is daarvan een voorbeeld. Het is een advertentie waarin een deel van de tekst is weggelaten. Het is tevens een soort van de 'wat gemakkelijker' tekeningen die Van Eeden zichzelf toestond in de periode dat er 'heel streng' een tekening per dag moest worden vervaardigd en hij zich een keer wat minder goed voelde. Ook een foto die na 1965 is gemaakt kan er niet doorheen gesmokkeld worden. "1965 is een raar breekpunt, daarna werden de foto's meestal op andere manieren gereproduceerd. Ook in maatschappelijk en sociaal en politiek oogpunt is het een snijvlak: de hippies komen op en je ziet het ook heel goed aan de auto's. Inmiddels ben ik zover dat dat ik heel goed kan zien of het na of voor 1965 is, ook aan de vormgeving van het boek waarin de foto's staan."

Als de foto's van Den Haag op zijn, gaat Van Eeden in antiquariaten en op markten op zoek naar reisboeken. Vooral grote, dikke boeken met desolate plaatjes uit Oostbloklanden trekken hem aan. 'Alle reisboeken zagen er vroeger anders uit. In de wijze waarop die foto's gemaakt zijn zit een bepaalde conventie. Het zijn niet echt artistieke foto's. Ze lijken ook allemaal op elkaar. Want als de foto's door een echt goede fotograaf gemaakt zijn, zoals Cas Oorthuys, kan ik ze niet gebruiken. Die zijn af, daar kan ik niets meer mee. Ik kan alleen aan de slag met die anonieme foto's, met die cliché's.
De laatste twee jaar kiest Van Eeden vaak foto's waar mensen op staan, "waarschijnlijk ook omdat ik dat in het begin nog niet goed kon tekenen". Het levert ook een extra verstilling op. "Een straat waarop het heel druk is en alles stilstaat is nog veel stiller."
Van Eeden probeert de foto's zo goed mogelijk na te tekenen. "Maar ik accepteer wel dat het niet altijd lukt. Het wordt altijd anders dan de foto, het klopt nooit. Als je het over elkaar zou projecteren dan zie je de enorme verschillen in formaten en verhoudingen." In het begin heeft hij foto's wel geprojecteerd. "Maar dan zit je in het halve donker, dat is verschrikkelijk. Het is ook zo mechanisch." "Doordat je die moeite moet doen om het zo goed te bekijken om het te tekenen, kom je ook dicht bij het moment waarop die foto genomen is. Je hoort de mensen erop bijna praten met elkaar, maar niet met jou. Jij blijft een buitenstaander."

Gerrit Jan de Rook

De citaten zijn afkomstig uit een interview met de kunstenaar op 27 juni 2000

(Tekst bij de tentoonstelling in het Teylers Museum, Haarlem, 28 oktober 2000 t/m 28 januari 2001)

home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug