Het moment dat je er niet bentCathérine van HoutsDe schaatstocht, een uitgeput dansmarieken, meisjes die kleren in een wasmachine stoppen, een paardenmarkt, een modelspoorbaan: alle momentopnamen die Marcel van Eeden met zijn roetzwarte potlood tekent, hadden plaats vòòr 1965, zijn geboortejaar. Toch heeft hij het gevoel dat hij op elke tekening voorkomt. "Je bent eigenlijk overal als je er nog niet bent." Niet dat hij iets tegen deze tijd heeft: deze tijd heeft eerder wat tegen hem. Marcel van Eeden doet die constatering op relativerende toon, hij wenst niet gerekend te worden tot het type klagende kunstenaar. Wat deze tijd -gepersonifieerd door naar vooruitgang snakkende presentatoren/consumenten van hedendaagse kunst- in 's hemelsnaam tegen hem zou kunnen hebben? Mogelijk dat zijn van melancholie doortrokken figuratieve tekeningen in verschillende opzichten als 'fout' zijn te ervaren; ze staan ver van wat in de kunstwereld lange tijd als zaligmakend werd gezien. Figuratie is dan inmiddels weer toegestaan, maar, heeft Van Eeden gemerkt, er mag geen romantische gedachte aan ten grondslag liggen. "Dat wordt lullig gevonden." Marcel van Eeden maakt intrigerende, kleine tekeningen in zwart-wit, met een sterke zweem van nostalgie, van romantiek. Op -pseudo oud-getint- zachtgeel papier tekent hij met Negropotlood zijn afwisselend rechte en dan weer spaghettisliert-achtige lijnen. Uit zo'n van roet en vet gemaakt potlood komt een contrastrijk fluwelig diepzwart te voorschijn, in tegenstelling tot het grafiet potlood dat een glimmend grijs voortbrengt. Het roetzwart versterkt de vaak sombere, broeierige atmosfeer. Sommige tekeningen lijken op plaatjes die in een streekroman niet zouden misstaan, zoals die met figuurtjes die langs een molen schaatsen en lange schaduwen op het ijs werpen, of een rustieke boerderij achter een fraaie bomenpartij. Het bovenaanzicht van een Duits kasteeldorp lijkt het ideale decor voor een sprookje en het uitgeputte dansmarieken brengt onweerstaanbaar de titel in herinnering van Piet Paaltjens poëziebundel Snikken en grimlachjes. Andere tekeningen lijken filmstills, geplukt uit thrillers: twee gebogen lichamen tekenen zich in helwitte kleding scherp tegen het duister af. Akelig van sfeer is de tekening van aan plafondhaken bevestigde kadavers en op een andere heeft een onpersoonlijke flat een sinister karakter. De tekeningen refereren alle aan de tijd van vòòr 1965, het geboortejaar van de Haagse kunstenaar. Dat is wat ze bindt. In de twee ruimtes van de Amsterdamse Wetering Galerie hangen er zo'n zestig, identiek van formaat:19 x 14 cm. Hoe gevarieerd hun inhoud ook moge zijn, ze zijn een eenheid en in die zin zou je Van Eeden -hoe actueel- een conceptueel kunstenaar kunnen noemen. Al sinds een jaar of zeven maakt Van Eeden dagelijks één tekening, overduidelijk naar voorbeeld. Hij baseert ze op foto's, bijvoorbeeld uit oude tijdschriften als De Lach, De Spiegel, de Katholieke Illustratie, of op oude Märklin-catalogi, schilderijen of topografische tekeningen. Al doende, al toevoegend en weglatend, zet hij oude momentopnamen naar zijn hand en legt hij een zeer persoonlijke encyclopedie van geladen beelden aan. "Beelden van voor de tijd dat ik er was," zegt hij. "Ik vind het intrigerend dat je beelden kunt zien van een tijd dat je dood was. Dat geeft een beeld meerwaarde ten opzichte van zomaar een foto van nu." Al recyclet hij net als Andy Warhol en Rob Scholte bestaand beeldmateriaal, hij voelt zich niet aan hen verwant. "Zij werk(t)en vanuit het idee dat alles al gedaan is en er dus geen nieuwe beelden verzonnen hoeven te worden. Maar ik wil de meest wezenlijke situatie tekenen, en dat is het moment dat je er niet bent. Eigenlijk ben je er daadwerkelijk maar voor een heel korte tijd. Je bent er het meest niet. "Voor je geboorte was je overal tegelijk en nergens; bij wijze van spreken als moleculen die later samensmelten. De bloemkool die ik tekende, zou door mijn ouders gegeten kunnen zijn en een deel ervan werd ik. Je bent eigenlijk overal als je er nog niet bent. Daarom heb ik het gevoel dat ik op al deze plaatjes sta. "Voor mij mislukken de tekeningen altijd al van tevoren, want ze roepen nooit op wat je opgeroepen zou willen zien. Dat is ook vrijwel onmogelijk, want je wilt dat die foto ook het moment wòrdt, maar het wordt een tekening. Nostalgie is een taboe. Nostalgie mag niet, wordt gezien als een foute emotie. Maar er zit zeker een nostalgische kant aan mijn werk. Ik vind het verleden als idee mooier dan de toekomst. "Ik ben helemaal niet treurig -ik heb het wel naar mijn zin- maar ik vind het leven voor het grootste deel maar triestigheid. Mijn tekeningen zijn melancholisch, romantisch. Dat mag ook weer helemaal niet. Vernieuwing alleen maar om de vernieuwing interesseert me niet. Al dat geforceerd gebruik van de nieuwe media... Mensen krijgen een merkwaardige blik in hun ogen als ze horen dat je nog gewoon tekent. Je wordt min of meer gedwongen tégen de oude media te zijn, maar ik gebruik liever het traditionele potlood en papier. In een tekening kun je vrijwel alles stoopen wat je wilt, het is een ruimte waar je vrij kunt rondwandelen." Hedendaags is Van Eedens werk in die zin dat de tekeningen nú gemaakt worden en soms een aanleiding vinden in de 'actualiteit'. Rond 5 december wil hij nog wel eens een Sinterklaas- tekening maken en rond carnaval een Prins. En, laatst, toen de dijken op doorbreken stonden, werd hij gegrepen door de Hollandse historie, en tekende hij een schaatsmolentocht. "Dat kun je zien als camp, maar dat is niet zo. Het feit dat ik een molen teken is geen grapje. "Sommige tekeningen zijn sneu. De geschiedenis aan beelden is niet altijd even verheffend. Den Haag kwam aanvankelijk veel in mijn tekeningen voor. Veel huizen en ramen, waarvan je je afvraagt wat zich erachter afspeelt en dat zijn vaak nutteloze zaken. Dat bedoel ik niet moralistisch, maar op de foto's die ik gebruikte, zijn mensen te zien die geen sporen hebben nagelaten. "Folkloristische dingen -ook heel fout- duiken steeds meer in mijn tekeningen op. Folklore vind ik iets wezenlijks. Die boerderij in Giethoorn komt lieflijk over, maar is tegelijkertijd heel erg als jeje een voorstelling maakt van hoe mensen daar vroeger in de winter geleefd hebben: zonder tv, maar ook veel wezenlijker, want je had weinig mogelijkheden tot verdoving. Sinterklaas en carnaval waren een manier om de winter door te komen, anders was het helemaal treurig. Die geladenheid van folklore vind ik mooi." Ironie vindt hij vrijblijvend. "Dan doe je geen uitspraak. In mijn tekeningen zit ook wel humor, maar dan vergelijkbaar met de humor uit de romantiek, zoals De Schoolmeester en Paaltjens. Dus niet alleen afbrekend, maar humor-met-mededogen." De bronnen zijn vaak schimmig, maar blijken nu en dan ook afkomstig uit de geschiedenis van de 'hogere kunsten'. Zo is de suspense-achtige tekening van de in het wit geklede, buigende figuren gebaseerd op een foto van een performance in 1962 van Claes Oldenburg in New York, waarbij twee meisjes jurken in een wasmachine stoppen. Barok zwierige lijnen duiken herhaaldelijk in zijn composities op en verlenen ze een schurende dynamiek. Die slierten zijn geen vertoon van virtuositeit. "Schijnt in deze tijd niet te mogen. Dan denken ze: vrije expressie. Maar soms ben je aan het tekenen en dan ga je op zeker moment de delen van een tekening door middel van die slierten met elkaar verbinden, er een eenheid van maken. Een samengebald geheel." Deze tekst verscheen in Het Parool, 8 februari 1995 home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug |